Tamara Rojo and Roberto Bolle
Florida Dance Theatre
BALLET
Geschiedenis van het ballet
Ballet is ontstaan uit het hofballet. In de zestiende eeuw waren hofballetten aan de hoven van Italië en Frankrijk erg in. Het woord 'ballet' komt van het Italiaanse werkwoord 'ballare', wat dansen betekent.
De Franse koning Lodewijk XIV regeerde van 1643 tot 1715 en hij was gek op dansen. Hij gaf vaak grote feesten met muziek, zang en dans. Op die feesten danste de koning zelf ook. Lodewijk XIV maakte het ballet heel populair.
In 1661 richtte de koning de 'Académie Royale de la Danse' op. Dat was een clubje van de allerbeste beroepsdansers. Zij moesten hun vak ook aan andere dansers leren. Vanaf dat moment ging de danstechniek snel vooruit. Na een tijdje gingen de Franse dansmeesters overal in Europa lesgeven.
De dansers dansten in die tijd nog heel stijf en precies. Dans was toen nog alleen iets voor mannen. Vrouwen mochten niet op het toneel komen. Een vrouwelijke rol werd gewoon door een man gespeeld!
Later mochten er ook vrouwen op het podium. Een heel bekende was de ballerina Marie Camargo. Ballerina is een ander woord voor balletdanseres. Camargo danste zoals iedereen in die tijd: erg technisch. Iedere beweging werd perfect uitgevoerd. Dat veranderde pas rond 1830. Dichters, muzikanten en dansers kregen er genoeg van. Al dat gezeur over techniek en verstand. Ze vonden de fantasie belangrijk. Ze wilden 'met gevoel' dansen.
Zo ontstond de romantische balletstijl. De balletverhalen gingen over droomwerelden met elfen, feeën en geesten. Ballerina's droegen lange soepele 'tutu's' (rokken van tule) met strakke bovenlijfjes. Ook werd er in die tijd voor het eerst 'sur pointes' gedanst, op de toppen van de tenen. Daardoor leek het alsof de dansers zweven. Dat maakte de dansen licht en sprookjesachtig. Het hele ballet draaide om de ballerina. Romantische balletten uit die tijd zijn 'La Sylphide', uit 1832 en 'Giselle' 1841. Een 'sylphide' is een sprookjesfiguur: een soort luchtelfje. Deze balletten worden nog steeds opgevoerd.
Aan het einde van de negentiende eeuw werd Rusland een belangrijk balletland. De mannelijke danser kreeg weer een grotere rol, en de danstechniek werd weer ingewikkelder. Veel beroemde balletten komen uit deze tijd. Zoals 'Het Zwanenmeer' (1877), 'Doornroosje' (1890) en 'De Notenkraker' (1892).
De balletvorm die in Rusland ontstond, noemen we nu het klassieke ballet. Een klassiek ballet bestaat meestal uit drie of vier delen (akten) waarin een verhaal wordt verteld. Alles verloopt volgens een vast patroon. Er zijn solo's (één danser), 'pas de deux' (twee dansers) en groepsdansen. De benen van de dansers mochten gezien worden en de tutu's waren kort en wijd.
Kleding
Balletdansers dragen een strak balletpakje met een maillot of panty. Zo'n balletpakje heet een academique. Jongens dragen een T-shirt en een maillot.
Het haar
Het haar wordt opgestoken. Is het daar te kort voor, dan breng je het met een haarband naar achteren. Zo is je halslijn goed te zien. Losse haren in je gezicht zijn erg lastig tijdens het dansen!
Schoenen
Aan je voeten draag je slappe balletschoentjes met linten of elastiek. Deze heten flats. Ook jongens dragen zwarte of witte flats.
Op spitzen?
Ballerina's dragen spitzen van roze satijn. Dat zijn balletschoenen met een harde punt in de neus. Daarmee kun je op de puntjes van je tenen dansen.